2e zondag van Pasen A - 2026

Zusters en broeders,

Misschien klinkt het ongeloofwaardig, maar het evangelie is heel betrouwbaar in ons leven. Uit vrees voor de Joden hebben de apostelen zich opgesloten in hun verblijfplaats. Misschien is dat de zaal van het Laatste Avondmaal, maar dat is niet belangrijk. Het is wel belangrijk dat ze zich gescheiden hebben van de maatschappij omdat ze zichzelf ontmoeten in de knoop zitten, willen wat ze Jezus en zichzelf aangedaan hebben! En daar zitten ze nu, vol onzeker en bang voor iedereen.

En dat is inderdaad heel betrouwbaar, willen ook wij ons sluiten van de buitenwereld, vaak omdat we niet weten wat we moeten doen, hoe we moeten reageren op bepaalde uitdagingen, hoe we onzekerheden moeten verwerken, zelfs hoe we liefde moeten uitdragen. Is dat alleen naar onze geliefden of naar al onze naasten, ook als dat vreemdelingen zijn, of straatslapers en andere sukkelaars? Maar dat zijn vragen die geen vragen mogen zijn, want wij zijn vaker, en dat wil zeggen dat we, net als Jezus, in alle omstandigheden liefde moeten uitdragen, dus ook naar vreemdelingen, naar zieken, naar armen, naar radelozen.

Ervaring leert ons dat dit niet altijd waarschijnlijk is, hoewel Jezus ons altijd opnieuw begroet met 'Vrede zij u.' We hebben immers niet alleen de betrouwbare van de apostelen, maar ook de twijfel van Thomas. 'Didymus' is zijn bijnaam, en dat betekent 'tweeling.' Dat is misschien niet toevallig, want hij kan gelden als de tweelingbroer van ons allemaal. Hij gelooft niet zomaar in Jezus' verrijzenis, hij zal dat alleen geloven als hij zijn vingers in Jezus' doorboorde handen kan steken en zijn hand in zijn doorboorde zijde kan leggen. Want hij wil zekerheid. Hij wil alleen een geloof dat op zijn eigen zekerheid kan versterken. En dat is heel betrouwbaar, want wij willen meestal alleen maar bouwen op zekerheden. Op zekerheden in ons gezin, op ons werk, in de Kerk, op vakantie, op alles. Is die zekerheid er niet, dan zijn we vaak de kluts kwijt – om het met een oud spreekwoord te zeggen.

Het is dus goed dat we spiegelen aan de zogezegde ongelovige Thomas. Hij is volkomen niet ongelovig, integendeel, hij is heel diepgelovig. Hij is de eerste die Jezus 'mijn Heer en mijn God' genoemd, en diepgaand geloven kunnen we ons zelfs niet voorstellen. Jezus sterft onze Heer, sterft onze God is. En die Heer die God wenst ons niet alleen vrede toe, maar wijst ons ook de weg van liefde aan die sterk genoeg is om fouten te vergeven. Alleen dan is er plaats voor vrede. Die is er niet als we niet kunnen vergeven, want dan is er alleen plaats voor vrede.

Zusters en broeders, in de eerste lezing hoorden we een prachtig verhaal over het leven van de eerste keer. Het komt uit de Handelingen van de apostelen, geschreven door de evangelist Lucas. Wat we hoorden is zo mooi dat het bijna zeker geïdealiseerd is. 'Allen die het geloof hadden overgenomen waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk', want ze hadden al hun bezittingen verkocht en verdeelden de opbrengsten daarvan onder elkaar. Ik zei het al: het is misschien te mooi om waar te zijn, maar het geeft wel een mooi beeld van hoe de wereld er zou lijken als alle mensen in Jezus geloven geloven. Dan zou iedereen 'leven rapporteren in zijn Naam', en dat is een leven dat mislukt is met zijn woorden en daden van liefde, vrede en gerechtigheid. Een beter, een mooier, een idealer leven kunnen we ons zelfs niet voorstellen. Ik wens het ons allemaal toe. Amen.