Maria Magdalena die radeloos naar de apostelen toeloopt wanneer ze ziet dat de steen van het graf is weggerold, Petrus en Johannes die zich naar het graf haasten, en die daarbinnen niet Jezus, maar wel de netjes opgevouwen zwachtels zien. Petrus die er niets van begrijpt, Johannes die gelooft dat er een wonder is gebeurd. Maar welk wonder? Dat lijkt hij niet te weten, want hij en Petrus ‘hadden nog niet begrepen wat er in de Schrift geschreven stond: dat Hij moest opstaan uit de dood’ – zo eindigt dit evangelie.
Zusters en broeders, ik denk dat die twijfel en die onzekerheid zeer begrijpelijk zijn voor ons, want ook voor ons roepen de verrijzenis en het leven na de dood vragen op. Net als bij Petrus en Johannes zijn dat vragen van onzekerheid en twijfel, tussendoor misschien zelfs van ongeloof. En dat is problematisch, want de verrijzenis vormt de kern, de basis van ons geloof. Doe de verrijzenis weg, en er blijft niets over waarop we ons geloof kunnen bouwen. En precies dat vormt de sterkte van ons geloof, want wat is geloven anders dan aannemen wat niet bewezen kan worden en wat ons menselijk verstand te boven gaat.
Maar in ons eigen leven en in de wereld om ons heen laten ons geloof in Jezus’ verrijzenis zien dat niet alleen geluk, maar ook ongeluk leidt naar een weg van liefde, van vrede, van hoop op leven in een betere wereld. Een wereld waarin mensen samenwerken om alles beter te maken, en om armoede en ongelijkheid uit te roeien. Een wereld zonder geweld, een wereld van liefde, vrede, vriendschap, hartelijkheid.
Een wereld die vandaag spijtig genoeg geteisterd wordt door de tirannie van de duivel van macht en moordlust, van zelfverheerlijking en wreedheid, van egoïsme en onverschilligheid. Allemaal mensonwaardige eigenschappen waar veel machthebbers zich laten door leiden. Machthebbers die niet geloven in een God van liefde, vrede en vreugde, maar enkel in zichzelf, hun eigen macht en hun eigen rijkdom. En daarmee gaan ze direct in tegen wat we in de eerste lezing hoorden, en dat is dat Jezus die door zijn vijanden werd vermoord, door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden. Niet die vreselijke machtswellustelingen, maar God, Jezus oordeelt over alle mensen.
Zusters en broeders, we zien in welke wereld we terechtkomen als er geen geloof is in God, in Jezus, in de verrijzenis: dan is er geen enkele vorm van hoop. Dan is haat sterker dan liefde, wanhoop sterker dan hoop, dood sterker dan leven. Dan zijn we met z’n allen zielige schepsels die niet eens weten waarvoor ze leven. Die ook niet weten waarvoor ze zich kunnen inzetten. Is het om rijk te worden? Maar met rijkdom ben je niets na je dood. Is het om te genieten van het leven? Dat is heel pijnlijk als je niet aanneemt dat het geloof zin geeft aan je leven en aan je dood. Geloof in Gods liefde leert ons immers dat het leven meer is dan een moeilijke wedstrijd, meer dan een probleem dat we niet kunnen oplossen, meer dan een onuitroeibaar schuldgevoel. Leven in geloof is een feest in Gods handen, een feest met vallen en opstaan, maar God vangt ons altijd weer op. Zoals Hij ons vandaag en alle dagen van ons leven opvangt met dat heerlijke feest van Pasen. Amen.